De taal die maakt

Tekst: Wilco Kruijswijk & Carola Robles de Vries

Taal vormt ons. Ze schept werelden, bouwt bruggen en kan met even veel gemak ook muren optrekken. Woorden worden ook vaak ingezet als wapen in de politiek, op sociale media en in beleid. Daarom groeit de behoefte aan taal die leven schept in plaats van breekt. Taal die uitnodigt tot luisteren, samen denken en opnieuw verbinden. Carola de Vries Robles spreekt over maak-taal en breek-taal. Breek-taal is taal die scheidt, oordeelt en reduceert. Ze klinkt efficiënt en zakelijk, maar mist de nodige warmte. “We spreken over doelgroepen, casussen en doorstroom, terwijl we het over mensen hebben", zegt De Vries Robles. Breek-taal objectificeert: het ‘ik’ spreekt over de ander, niet met de ander.

Maak-taal daarentegen schept ruimte. Ze nodigt uit, verzacht en verbindt. Het zijn woorden die niet alleen informeren, ze resoneren ook. Ze raken aan ervaring en relatie. Een eenvoudig voorbeeld laat dat zien. “Toen mijn moeder ouder en langzamer werd”, vertelt De Vries Robles, “vroeg een gezelschapsdame of ze haar mocht helpen. Mijn moeder zei resoluut nee. Toen ik vroeg: ‘Zullen we het samen doen?’, antwoordde ze ja, graag. Het woord helpen riep verzet op, samen doen plezier.”

Taal is dus nooit neutraal. Achter elk woord schuilt een betrekking. Hoe we iets zeggen, zegt vaak meer dan wát we zeggen.

Carola Robles de Vries is van huis uit sociaal psychologe, communicatietrainer en procesbegeleider. Nu is zij een wijze oudere, mentor en inwoonster van Hilversum Zuid-Oost.

De toon achter woorden

Luisteren naar taal betekent ook luisteren naar toon en intentie. Een gesprek kan dezelfde woorden bevatten, maar een andere sfeer ademen. Breek-taal sluit af, waar maak-taal opent. De eerste is vaak snel, dwingend en oplossingsgericht. De tweede is trager, zoekend, en meer verkennend. Ze vraagt niet om een antwoord, ze vraagt om aanwezigheid.

De Vries Robles verwijst naar filosoof Stine Jensen, die spreekt over openende woorden: taal die leven schept, voorbij de polariteit van hard en zacht. Ook Nora Bateson’s begrip warme data sluit hierbij aan. In plaats van cijfers en modellen — “koude data” — gaat het om betekenis die ontstaat in relaties. Taal kan daarin een vorm van zorg zijn: een manier om aandacht te geven, te luisteren, en het geheel te zien waar iemand deel van is.

“We spreken over doelgroepen, casussen en doorstroom, terwijl we het over mensen hebben.”
– Ram Dass

Van denken naar ervaren

Onze taal weerspiegelt onze manier van denken. In veel gesprekken overheerst een taal van begrijpen, verklaren en controleren – een taal van het hoofd. Ze spreekt in conclusies, in verleden of toekomst: wat was, of wat nog moet komen. Daarmee verliest ze contact met wat nú leeft.

Maak-taal vraagt om een andere houding: niet oordelen, maar waarnemen; niet verklaren, maar ervaren. Ze ontstaat wanneer we pauzeren, ademen en ons openstellen voor wat er werkelijk is. De Vries Robles zegt hierover: “We kunnen pas werkelijk luisteren als we even stoppen met begrijpen. In dat moment van pauze wordt taal weer zintuiglijk actief.”

Wanneer we de stilte toelaten, worden de zintuigen wakker. We horen, zien en voelen opnieuw. Uit die directe ervaring kan iets nieuws ontstaan – taal die speelt, verwondert en leven wekt. Zo verschuift taal van beheersen naar beleven, van uitleggen naar uitnodigen.

Macht, betekenis en relatie

In gesprekken over zorg, welzijn of beleid sluipen machtsverhoudingen ongemerkt in onze taal. We spreken over “cliënten”, “gebruikers”, “zelfredzaamheid”, “regie voeren”. Die woorden lijken onschuldig, maar dragen aannames mee over wie bepaalt, wie weet en wie volgt. Ze bevestigen de hiërarchie tussen professional en burger, helper en geholpen, denker en doener.

Maak-taal vraagt om bewustwording van die dynamiek. Niet door oude woorden te veroordelen, maar door hun werking te onderzoeken. Wat gebeurt er in mij als ik dit zeg? Wat roept het bij de ander op? Door taal weer relationeel te maken, verschuift ook de machtsbalans. De ander wordt geen object meer van onze zorg, maar mede-auteur van het gesprek.

Taal als ecologie

Woorden wortelen in context. Ze ademen mee met tijd, plaats en cultuur. Wanneer woorden uit hun bedding worden gehaald, verliezen ze betekenis. Zo kan het woord samen in een beleidsnota iets heel anders betekenen dan aan een keukentafel. De Vries Robles pleit daarom voor herbronning: terug naar de oorsprong van taal als levend weefsel tussen mensen.

Taal is een ecologie — ze leeft, beweegt en reageert. Wie dat beseft, kiest woorden niet langer alleen om te overtuigen. Dan worden woorden een manier om te verbinden. Een woord als kwetsbaarheid kan dan van betekenis verschuiven: van iets om te beschermen naar iets dat kracht en authenticiteit laat zien.

De ruimte tussen woorden

Taal leeft niet alleen in wat gezegd wordt, maar ook in de stilte ertussen. Stilte maakt luisteren mogelijk. Ze schept een ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan. De Vries Robles: “We zijn verleerd om die tussenruimte te laten bestaan. Alles moet direct benoemd, ingevuld, opgelost. Terwijl juist in die leegte ontmoeting kan plaatsvinden.”

Naar een taal van verbinding

Hoe kunnen we taal oefenen die maakt in plaats van breekt? Niet door een nieuwe woordenschat te bedenken, maar door bewustzijn te ontwikkelen.

  • ·Luister naar wat woorden doen. Wat roepen ze op bij jezelf en bij de ander?
  • Vertraag. Geef ruimte aan stilte, twijfel en nuance.
  • Kies woorden die uitnodigen. Zeg “zullen we het samen doen?” in plaats van “zal ik je helpen?”
  • Wees nieuwsgierig. Vraag wat iemand bedoelt, in plaats van aan te nemen dat je het weet.
  • Laat de toon spreken. Taal is meer dan klank; het is sfeer, lichaam, adem.

Wanneer woorden weer bezield raken, kan communicatie zelf een vorm van zorg worden: weg van sturen of beheersen, en op weg naar het samen scheppen van betekenis.

Leven scheppen

Woorden kunnen wonden slaan, en woorden kunnen bijdragen aan genezing. Ze kunnen grenzen trekken of juist openingen maken. De taal die we kiezen, is een afspiegeling van hoe we de wereld willen zien.

In de woorden van De Vries Robles: “Elke wereld heeft haar eigen taal. Maar pas als we weer leren spreken mét in plaats van óver elkaar, kan taal weer doen waarvoor ze bedoeld is: leven scheppen.”

Taal en Positieve Gezondheid

In dit artikel raakt Positieve Gezondheid vooral aan de dimensies die gaan over betekenis, relatie en veerkracht. Mentaal welbevinden komt terug in wat taal doet met veiligheid, vertrouwen en de ruimte om te kunnen ademen en voelen in een gesprek. Zingeving speelt mee in het idee dat woorden “leven scheppen” en dat mensen mede-auteur kunnen zijn van hun verhaal. Door te spreken mét in plaats van óver elkaar, wordt sociaal-maatschappelijk meedoen versterkt: gesprekken worden gelijkwaardiger en uitnodigender, waardoor mensen makkelijker kunnen aansluiten en bijdragen. Dat alles werkt door in kwaliteit van leven, omdat taal kan verzachten, verbinden en het dagelijks samenleven lichter kan maken. Ook dagelijks functioneren wordt geraakt, doordat maak-taal praktische samenwerking en regie ondersteunt (zoals “zullen we het samen doen?”). Lichaamsfuncties verschijnen indirect, via aandacht voor lichaam, adem, stilte en zintuiglijke ervaring als basis voor echte ontmoeting.

De andere helft van verandering

Vorige pagina

Sociale gezondheid: onmisbaar

Volgende pagina